DT aan het eind of niet: drie simpele regels

Soms is het lastig om te bepalen wanneer je een werkwoord moet spellen met dt aan het eind. Als de volgende drie regels volgt, maak je nooit meer een fout bij de spelling van -dt wanneer je een Nederlands werkwoord vervoegt.

Regel 1. DT alleen bij een D aan het eind van je werkwoord

Als je een vervoeging maakt van een Nederlands werkwoord voeg je altijd maar 1 D of 1 T toe, nooit DT, DD of TT. Dus als je een -DT combinatie ziet, weet je dat de eerste D of T al uit het werkwoord komt. De andere T of D is erbij gezet om een vervoeging te maken en krijgt soms een extra E of EN erachter.

Een paar voorbeelden:

Als je dus DT aan het eind van een vervoeging ziet, weet je dat altijd de D uit het werkwoord komt en de T is toegevoegd. Een D aan het eind van een werkwoord(vorm) kun je op twee manieren herkennen:

  1. Het hele werkwoord eindigt op -DEN. Dit is de vorm of vervoeging van het werkwoord waar je ‘wij’ voor kunt zetten: (wij) leiden, (wij) strijden, (wij) vermoeden, (wij) schudden.
  2. De stam van het werkwoord eindigt op -D. Dit is de kortste vervoeging van een Nederlands werkwoord, waar je alle andere vervoegingen van afleidt door er iets achter te zetten. Deze vorm gebruik je in zinnen met ‘ik’: (ik) leid, (ik) strijd, (ik) vermoed, (ik) schud, (ik) word.

Regel 2. DT schrijf je alleen in de tegenwoordige tijd

Alleen werkwoordsvormen of vervoegingen die aangeven wat nu gebeurt of iets beschrijven dat op dit moment zo is, kunnen eindigen op DT. Je ziet dus nooit een Nederlands werkwoord met -DT in de verleden tijd: hij leidde, zij streed (strijden is een sterk werkwoord), hij vermoedde, het schudde etc.

In de verleden tijd (en nergens anders) gebruik je meestal de regel van ‘t ex-kofschip om vervoegingen te maken. Volgens die regel krijgt een werkwoord op -DEN/stam op -D nooit een extra T maar een tweede D (met E of EN daar nog achter). En in alle voltooide tijden, waar je het voltooid deelwoord van een werkwoord gebruikt, komt ook nooit een -DT voor: zij heeft geleid (voltooid deelwoord van werkwoord: leiden), hij heeft gestreden, jij hebt vermoed, het is geschud etc.

Voltooid deelwoorden eindigen altijd op een enkele -T of -D (voor alle regelmatige werkwoorden; volgens de regels van ‘t ex-kofschip) of op -EN (voor de meeste sterke of onregelmatige werkwoorden). Geen enkel voltooid deelwoord eindigt op -DT, ook niet als je dat wel denkt te horen zoals: ik heb gewed, van werkwoord: wedden met stam: (ik) wed. Alleen in de tegenwoordige tijd vervoeg je met -DT: hij wedt.

Regel 3. DT gebruik je alleen in het enkelvoud en nooit als het over jezelf gaat

Bij een meervoud (waar het gaat over meer dan 1 persoon of ding tegelijk: wij, jullie etc.) gebruik je in de tegenwoordige tijd het hele werkwoord ‘met D aan het eind’ en in de verleden tijd een vervoeging die eindigt op -DDEN (alweer volgens ‘t ex-kofschip). Bij onregelmatige werkwoorden is het iets anders, meestal -DEN, maar ook hier: nooit -DT samen met een meervoud.

Wat voorbeelden:

  • wij leiden (tegenwoordige tijd) / wij leidden (verleden tijd)
  • wij strijden / wij streden (onregelmatig werkwoord)
  • wij vermoeden / wij vermoedden
  • wij schudden / wij schudden (de tegenwoordige tijd heeft al 2 D’s, er komt geen derde bij in de verleden tijd!).

Blijft over het enkelvoud. De eerste persoon enkelvoud, ik, gaat over jezelf en krijgt altijd de stam als vervoeging van het werkwoord. In het Nederlands is er geen enkel werkwoord waarbij de stam eindigt op DT.

De tweede persoon (jij, je) en derde persoon (hij, zij, het, hem, haar, ‘t)  enkelvoud worden voor bijna alle Nederlandse werkwoorden vervoegd via de regel: stam + T (tegenwoordige tijd: regel 2).

En met een stam die eindigt op -D (regel 1), ontstaat alleen dan de werkwoord-uitgang: DT.

Een paar voorbeelden:

  • ik leid / jij leidt / u leidt
  • ik strijd / jij strijdt / hij strijdt
  • ik vermoed / zij vermoedt / ze vermoedt
  • ik schud / het schudt

Controleer je werkwoordspelling van DT snel en simpel

Na veel oefenen met de bovenstaande drie regels (plus één uitzondering, het blijft wel de Nederlandse taal) kun je soms nog twijfelen over dt of niet. Om pijnlijke fouten als je werkwoorden vervoegt te voorkomen, kun je de spelling van meer dan 11.000 Nederlandse werkwoorden heel eenvoudig nakijken met onze gratis Android of iOS app. Meer informatie over deze unieke app vind je hier of via het menu bovenaan deze pagina.

Direct even checken of je vervoeging met -DT klopt? Klik hier voor de unieke webapp met de correcte spelling van alle Nederlandse werkwoorden. Je hoeft er niets voor te installeren. Werkt ook op je iPhone, iPad en laptop.

Alle vervoegingen van alle werkwoorden op je smartphone?