Hoe maak je de stam van een werkwoord?

De stam is de basis voor alle vervoegingen van een werkwoord in de Nederlandse taal. Deze wordt afgeleid van het hele werkwoord volgens drie regels, met twee uitzonderingen. 
Met deze regels kun je de stam van alle Nederlandse werkwoorden bepalen.

Haal -EN van het hele werkwoord af

De eerste stap om de stam van een Nederlands werkwoord te maken is -EN van het hele werkwoord af te halen. Wat je dan overhoudt is de ruwe stam. Die heet ‘ruw’ omdat die nog verder moet worden bewerkt, met de drie stamregels, om de stam van je werkwoord over te houden. Wat voorbeelden:

werkwoordruwe stam
(zonder -en)
stam
(ruwe stam bewerkt met de 3 stamregels)
spoelenspoelspoel
lopenloploop
levenlevleef

Twee uitzonderingen op -EN eraf

Uitzonderingen: werkwoorden waar je geen -EN van af mag halen
Dat zijn twee groepen werkwoorden:
1) De zes werkwoorden van 1 lettergreep, waar je hooguit de -N weghaalt, en
2) Sommige van de Engelse werkwoorden, waarvan je de vervoegingen in Nederlandse zinnen exact zo spelt en uitspreekt als in het Engels. Daar haal je ook alleen een -N af:

Engels werkwoordbetekenisruwe stam
(zonder -n)
carveneen bepaald soort ski’s gebruikencarve
leaseneen soort hurenlease
organizenop orde brengen, opruimenorganize

Het gaat om de werkwoorden waarbij je in het Engels aan het eind van de stam een uh-klank hoort, bijvoorbeeld: I lease. Daarom geldt deze uitzondering lang niet voor alle Engelse werkwoorden:

Engels werkwoordbetekenisruwe stam
(zonder -en)
uploadeniets op internet zettenupload
whatsappenWhatsApp op je smartphone gebruikenwhatsapp
playbackendoen alsof je zingtplayback

De ruwe stam verder bewerken met de 3 stamregels

Je kunt nu de ruwe stam verder bewerken tot de uiteindelijke stam van je Nederlandse werkwoord, met volgende drie regels. De zogenaamde stamregels:

  • Stam Regel 1: Bewaar de lange klank in de laatste lettergreep
  • Stam Regel 2: Nooit een dubbele medeklinker aan het eind
  • Stam Regel 3: nooit een V of Z aan het eind

Stam Regel 1: Bewaar de lange klank in de laatste lettergreep

De ‘lange klank’ gaat over de aa, ee, oo of uu die je hoort aan het eind van de ruwe stam. De -EN die je net van het het werkwoord hebt afgehaald, klinkt als ‘uhn’ bij alle werkwoorden; dat is geen lange klank maar een zogenaamde toonloze e.

Alleen de klinkers bepalen hoe een lettergreep klinkt. De andere letters hoor je wel maar voegen niet zoveel toe aan de klank. Daarom heten die ook mede-klinkers. In een lettergreep vind je soms 1 klinker maar ook vaak 2 of meer klinkers die samen één klank vormen. En die kan lang of kort klinken.

Deze eerste stamregel zegt dat als je een lange klank hoort in de laatste lettergreep vòòr de -EN, je die klank ook terug moet horen in de stam van dat Nederlandse werkwoord. Als je deze regel overslaat krijg je een korte klank aan het eind van de werkwoordstam, als je die uitspreekt.
Wat voorbeelden: 

hele werkwoordin lettergrepenruwe stam
(-EN eraf)
ruwe stam
na stamregel 1
lange klank aan het eind van de ruwe stam?
hakkenhak.kenhakkhakknee, de a klinkt kort.
hakenha.kenhakhaakja, de a klinkt lang dus bewaren! Dat doe je hier door een tweede a.
hakkelenhak.ke.lenhakkelhakkelnee, de e is toonloos (uh)
healen
(genezen)
hea.lenhealhealja, de a en de e zijn samen 1 (lange) Engelse klank, die je ongeveer als “ie” uitspreekt.
hoedenhoe.denhoedhoedja, de e en de o vormen samen een oe-klank. En die klinkt al lang.

Klinkers vinden voor regel 1 bij het maken van de werkwoordstam
In de voorbeelden hierboven zie je dat de lange klank aan het eind van de ruwe stam vaak vanzelf al in de werkwoordstam terecht komt. De klinkers waar je met stamregel 1 echt iets mee moet doen, vind je zo:

  • De ruwe stam eindigt op 1 (één) medeklinker
  • In de laatste lettergreep van de ruwe stam staat 1 (één) klinker
  • Die ene klinker is een A, E, O of U
  • Als het een E is, dan klinkt die als je het hele werkwoord uitspreekt niet toonloos als een uh, maar als een ee.

Alleen bij een ruwe stam die aan deze eisen voldoet ga je met stamregel 1 iets veranderen aan de ruwe stam van het werkwoord: een klinker toevoegen. Daarmee maak je duidelijk dat die klinker lang moet worden uitgesproken. Waarom doe je dat? Omdat de plaats van de enige klinker in een lettergreep de uitspraak bepaalt.

Uitspraak van lange klinkers
Als je een Nederlands woord in lettergrepen verdeelt, krijg je gesloten en open lettergrepen. Een lettergreep die eindigt op een medeklinker noem je gesloten. Lettergrepen die op een klinker eindigen heten open:

werkwoordin lettergrepensoort lettergreepklinker A klinktwaarom open of gesloten?
hakkenhak.kengeslotenkortde klank van de A wordt ‘gestopt’ door de medeklinker aan het eind van de lettergreep
hakenha.kenopenlangde klank van de A hou je langer aan omdat er geen medeklinker achter staat die deze ‘kort houdt’

Een enkele klinker (dus de enige klinker in een lettergreep) klinkt, als je die uitspreekt:

  • in een gesloten lettergreep altijd kort;
  • in een (=aan het eind van) open lettergreep altijd lang.

Voorbeeld: werkwoord haken
Verdeeld in lettergrepen, ha-ken, zie je dat je de A lang moet uitspreken. Dat is de enige klinker in (= aan het eind van) de open lettergreep: ha.

De ruwe stam van dit werkwoord, hak, is een gesloten lettergreep. Als je niets doet, gaat iemand anders de A in de stam kort uitspreken. Dat klinkt heel anders dan het hele werkwoord en mag daarom niet in het Nederlands: de klank aan het eind van de ruwe stam moet hetzelfde blijven. Daarom pas je Stamregel 1 toe.

Verenkelingsregel: geen dubbele klinker schrijven als dat niet nodig is voor de goede uitspraak

Ongeveer honderd jaar geleden schreef je altijd dubbele klinkers om de lange klank van een klinker aan te geven. Het schrijven van Nederlandse woorden als leeven, zoomer (seizoen, niet iets op je camera), gaade (partner) en vuuren (meervoud van vuur) was heel normaal. In elk van deze vier woorden staat de lange klinker al aan het eind van een open lettergreep: lee-ven, zoo-mer, gaa-de en vuu-ren.
Dus de dubbele klinker heb je niet nodig om te weten dat je de klinker lang moet uitspreken. Daarom schrijf je de lange klank in deze woorden nu met een enkele klinker: leven, zomer, gade en vuren.
Dat enkel maken of ver-enkel-en heeft geleid tot de zogenaamde verenkelingsregel in de spelling van de Nederlandse taal. Sinds deze spellingsregel bestaat, heb je dus stamregel 1 nodig om de lange klank uit het hele werkwoord van ‘enkele’ klinkers A, E, O of U te bewaren in de stam.

Stamregel 1 in aktie: enkele A, E, O of U aan het eind van de ruwe stam

Als je een lettergreep aan het eind van je ruwe stam hebt met 1 klinker (maar geen I) en daarachter 1 medeklinker, kun je stamregel 1 toepassen. Dat ziet er zo uit:

werkwoordin lettergrepenruwe stamruwe stam na stamregel 1lange klank die je bewaart
dalenda.lendaldaalde A in da- (open lettergreep)
delende.lendeldeelde E in de- (open lettergreep)
dolendo.lendoldoolde O in do- (open lettergreep)
durendu.rendurduurde U in du- (open lettergreep)
wandelenwan.de.lenwandelwandelgeen; de E klinkt toonloos, als ‘uh’, dus niet lang

Wat doe ik met een enkele I in een open lettergreep?

Van de vijf klinkers in het Nederlands is de I tot nu toe niet genoemd. Daar zijn twee redenen voor:

  • Deze klinker verdubbel je nooit: II is fout.
  • De lange I-klank schrijf je meestal als IE, in open en gesloten lettergrepen.

Je spreekt de klinker I aan het eind van een lettergreep ook uit als ‘ie’, volgens de regel die je hebt gezien voor de uitspraak van open lettergrepen. Dat komt je niet vaak tegen bij het maken van een ruwe stam uit een Nederlands werkwoord. Als je toch een enkele I aan het eind van je ruwe stam ziet, heeft daar in het hele werkwoord altijd -ËN achter gestaan. Hoe je omgaat met een E die een trema heeft aan het eind van je werkwoord, vind je verderop in dit artikel.

Engelse werkwoorden met niet-Nederlandse lange klanken

Je hebt eerder in dit artikel aan het werkwoord ‘healen’ al gezien dat de klank van lettergrepen in Engelse werkwoorden anders is dan in Nederlandse. Een paar voorbeelden:

werkwoordin lettergrepenruwe stamruwe stam na stamregel 1lange klank die je bewaart
beamenbe.a.menbeambeaamaa
beamen
(stralen)
bea.menbeambeamea (Engels; klinkt ongeveer als “ie”)
sealen
(verzegelen)
sea.lensealsealea (Engels)

Trema-e telt voor twee – bij klanken ie en ee

Dit betekent dat je een Ë aan het eind van je werkwoord moet vervangen door EE. Er zijn twee situaties:
1) het hele werkwoord eindigt op -IËN of
2) de Ë staat net vòòr de lettergreep met -EN aan het eind van het hele werkwoord.
In het eerste geval zie je dat de EE wordt gesplitst: de eerste E komt bij de ruwe stam en de tweede E verdwijnt, samen met de N aan het eind van het werkwoord.
Een paar voorbeelden:

hele werkwoordruwe stamË wordt EEruwe stam na stamregel 1lange klank die je bewaartsituatie
skiënskiski+Eskieie1
ruziënruziruzi+Eruzieie1
oliënolioli+Eolieie1
neuriënneurineuri+eneurieie1
ambiërenambiërambiEErambieeree2
creërencreërcreEErcreëeree2
definiërendefiniërdefiniEErdefinieeree2
discussiërendiscussiërdiscussiEErdiscussieeree2
spatiërenspatiërspatiEErspatieeree2
variërenvariërvariEErvarieeree2

Soms is het niet nodig om van de E met trema 2 x E te maken:

hele werkwoordruwe stamË wordt geen EEruwe stam na stamregel 1lange klank die je bewaart
bingoënbingoanders wordt de o een oebingooo
echoënechoidemechooo
judoënjudoidemjudooo
corveeëncorveeje hebt al twee E’s*corveeee
sleeënsleeidemsleeee

*) in het Nederlands vindt je maximaal twee E’s in 1 lettergreep. EEE is altijd fout.

Stam Regel 2: Nooit een dubbele medeklinker aan het eind

Je hebt -EN van het werkwoord afgehaald om de ruwe stam te krijgen en de lange klank (als die er was) behouden in de laatste lettergreep (stamregel 1). Nu door met stamregel 2: 
van een dubbele medeklinker aan het eind van de ruwe stam van een Nederlands werkwoord, maak je altijd een enkele medeklinker.

De regel is dat de stam van een werkwoord nooit eindigt op een dubbele (= tweemaal dezelfde) medeklinker. Dat doe je omdat de tweede medeklinker ooit is toegevoegd om het begin te vormen van een nieuwe lettergreep, samen met -EN. De eerste van het stel medeklinkers sluit de lettergreep af waarin je een korte klank hoort. Even wat voorbeelden:

  • hak.ken –> hakk (ruwe stam) –> hak (ruwe stam, na stamregel 2)
  • o.ver.trek.ken –> o.ver.trekk (ruwe stam) –> o.ver.trek (ruwe stam, na stamregel 2)
  • ver.ban.nen –> ver.bann (ruwe stam) –> ver.ban (ruwe stam, na stamregel 2)
  • strem.men —> stremm (ruwe stam) –> strem (ruwe stam, na stamregel 2)

Je ziet dat de eerste van de dubbele medeklinkers de lettergreep waarin een korte klank zit, gesloten houdt. Als die er niet stond, zou het een open lettergreep zijn (= eindigend op een klinker). En een klinker aan het eind van een (open) lettergreep, klinkt altijd lang. Dat weet je nog van stamregel 1.

Nu de lettergreep met -EN is verdwenen, heeft deze extra medeklinker geen functie meer. Eén van de twee is genoeg om de laatste lettergreep van de ruwe stam af te sluiten. De andere moet je weglaten.

Uitzondering op stamregel 2: Engelse werkwoorden

Bij de werkwoorden die in Nederlandse zinnen exact zo worden gespeld en uitgesproken als in het Engels, blijven alle medeklinkers aan het eind van de ruwe stam staan. Bijvoorbeeld:

  • passen (de bal overspelen) –> pass 
  • putten (bij het spelen van golf een bal in het gat tikken) –> putt
  • whatsappen (op je smartphone berichten sturen via WhatsApp) –> whatsapp

Een uitzondering op deze uitzondering is het Engelse werkwoord quizzen (meedoen aan een quiz). Hierbij krijgt de ruwe stam maar 1 z, omdat je het zelfstandig naamwoord quiz, waar dit werkwoord van is afgeleid, ook in het Engels met 1 z schrijft.

Stam Regel 3: nooit een V of Z aan het eind

Je hebt -EN van het werkwoord afgehaald om de ruwe stam te krijgen, de lange klank (als die er was) bewaard in de laatste lettergreep (stamregel 1) en een eventuele dubbele medeklinker aan het eind weggehaald (stamregel 2).
De stam van je werkwoord is bijna goed.

Als laatste stamregel 3:

  • V aan het eind van de ruwe stam vervang je altijd door F
  • Z aan het eind van de ruwe stam vervang je altijd door S

De regel is dat de stam van een werkwoord nooit eindigt op een V of een Z. Deze ‘zachte’ klanken vervang je door hun ‘harder’ klinkende tegenhangers. Dat doe je omdat de V of Z eerst aan het begin van een lettergreep stonden (met -EN erachter) en nu aan het eind van een lettergreep, namelijk de laatste lettergreep in de ruwe stam.
In het Nederlands spreek je deze klanken dan iets anders uit, wat meer uitgesproken of ‘scherper’. En dat geef je weer met een andere letter.
Een paar voorbeelden:

werkwoordruwe stamruwe stam na stamregel 1stam na stamregel 3
o.ver.le.veno.ver.levo.ver.leevo.ver.leef
plui.zenpluizpluiz (ui is al een lange klank)pluis

De stam van je Nederlandse werkwoord is nu klaar. Dat is tegelijk ook de vervoeging van ‘ik’ (eerste persoon enkelvoud) in tegenwoordige tijd van je werkwoord. Je kunt met de stam alle andere vervoegingen van de tegenwoordige tijd maken.

Uitzondering op stamregel 3: twee Engelse werkwoorden

De stam van twee werkwoorden geef je wél een Z aan het eind: buzzen (zoemen, oproepen via een buzzer) en quizzen (meedoen aan een quiz). Deze werkwoorden komen uit het Engels en worden in Nederlandse zinnen ook op zijn Engels uitgesproken: bij buzzen is de zz één, lange, klank (want er begint geen lettergreep bij de tweede z) en bij quizzen hetzelfde plus natuurlijk geen q+ui maar ‘kwi’ aan het begin laten horen.

Z naar S en V naar F ook bij meervoud naar enkelvoud

Deze regel, waarbij je van de ‘zachte’ V/Z klank de ‘harde’ variant F/S maakt, geldt niet alleen voor werkwoorden: je gebruikt hem ook als je van het meervoud van een zelfstandig naamwoord het enkelvoud wil bepalen.
Bijvoorbeeld:

  • hui.zen (meervoud) –> huiz –> huis (enkelvoud)
  • brie.ven (meervoud) –> briev –> brief (enkelvoud).

Je spelling van de werkwoordstam eenvoudig en overal controleren?