Wanneer gebruik je een trema?

Een trema is het zetten van twee puntjes op een e, i, o of u in een Nederlands woord. Je gebruikt een trema wanneer je twee opeenvolgende klinkers niet als één klank mag lezen. Je zet dan op de tweede klinker een trema: reünie.

Het gaat om de volgende combinaties van klinkers: aa, ae, ai, au, ee, ei, eu, oe, oi, oo, ou, ui en uu.

Begin van een nieuwe lettergreep

De klinker met het trema geeft het begin van een nieuwe lettergreep aan. In het woord treurig zit de combinatie van klinkers ‘eu’ samen in 1 lettergreep: treu-rig.

Bij het woord reünie is dat anders. Dat woord heeft drie lettergrepen: re-u-nie. Je mag dus de eerste e en de u niet samen als de klank ‘eu’ uitspreken. Door het trema op de u kloppen de klank van de klinkers en het aantal lettergrepen als je het woord reünie uitspreekt.

Een ander voorbeeld is het woord patiënt. Dit spreekt je verkeerd uit wanneer er geen puntjes op de e staan. Je leest dan een ie.

Geen verschil in klank door een trema

In andere talen, zoals bij de Umlaut in het Duits, en de variant van æ met puntjes in de Scandinavische talen, verandert de klank van de klinker altijd als er twee puntjes op staan. In het Duits klinkt de o als de Nederlandse o, maar de ö als eu.

In het Nederlands is dat niet zo: de klank van een klinker verandert niet doordat er een trema op staat. De i in het woord invloed spreek je net zo uit als de ï in het woord beïnvloed.

Het trema is iets unieks voor de Nederlandse taal. De vertaling van ons werkwoord beëindigen in het Duits is beenden (uitspraak: be-en-den).

Alleen bij twijfel over de klank

De o in het woord beogen krijgt geen trema. Dat komt omdat er in de Nederlandse taal geen ‘eo’  klankt bestaat. Je hebt dus geen trema nodig om de juiste uitspraak aan te geven: iedereen spreekt de e en de o apart uit. Daardoor hoor je vanzelf dat met de o een nieuwe lettergreep begint: be-o-gen.

Uitzonderingen: geen trema

  • Bij sommige woorden van Franse en Latijnse afkomst schrijf je geen trema. Aan het eind van die woorden is er eigenlijk geen verwarring mogelijk over de uitspraak. Elektricien en opticien krijgen dus geen trema. Ook petroleum heeft geen u met trema.
  • Een trema wordt alleen gebruikt in niet-samengestelde woorden. Wanneer er onduidelijkheid ontstaat bij woorden die wél zijn samengesteld wordt vaak een streepje geschreven, zoals bij na-apen (in plaats van naäpen) en toe-eigenen (in plaats van toeëigenen).
  • Ook wanneer er een achtervoegsel aan een woord is toegevoegd hoef je geen trema te gebruiken. Je schrijft ook dan een streepje: lila-achtig ipv lilaächtig.

Trema bij meervouden en telwoorden

  • Veel woorden die eindigen op –ee, krijgen in het meervoud -ënideeën.
  • Woorden die eindigen op een onbeklemtoonde –ie krijgen een meervoud met –iën. Je schrijft dus koloniën, want de klemtoon ligt op kolonie. Ook bij provincie ligt de klemtoon op de tweede lettergreep en is het  meervoud provinciën. Een ander voorbeeld: porie -> poriën.
  • Woorden die eindigen met een beklemtoonde –ie krijgen een meervoud met –ieën. Het meervoud van knie is knieën en geen kniën.
  • Bij telwoorden worden soms twee woorden aan elkaar geschreven, maar je schrijft toch tweeëntwintig in plaats van twee-entwintig.